
Hoe houd je de badkamer warm, zonder dat je kinderen verblind raken?
Wanneer je een infraroodverwarmer ontwerpt voor een badkamer, is een waterdichte afsluiting slechts het beginpunt. De echte uitdaging ligt in de fysica: je wilt natuurlijk een warme sfeer creëren, maar je wilt geen verblindend licht of UV-straling. Vooral wanneer er een baby in het bad zit. Niemand wil immers een verwarmer die net zo werkt als een warmtelamp in een dierentuin.
Het geheim zit in het licht.
De meeste eenvoudige infraroodlampen geven veel verschillende soorten licht af. Om te voorkomen dat het licht verblindend is, gebruiken we speciale kwartscoatings of gedompelde filamen. Hierdoor wordt het harde UV-licht en het felle licht gefilterd, zodat er alleen nog maar een zacht, warm licht overblijft. Je voelt de warmte op je huid, terwijl je ogen niet worden verblind.
Er is ook nog het probleem van het water. Water en elektriciteit gaan niet goed samen. Daarom houden we ons aan de IP65-standaarden. Met andere woorden: de apparaten zijn stofvrij en kunnen direct contact hebben met water van alle kanten. Binnenin gebruiken we een kwartstube die is gevuld met halogeen. Het halogeengas is het ‘magische ingrediënt’ – het zorgt er namelijk voor dat de filamenten voldoende heet worden om de ruimte op te warmen, zonder dat ze na een maand al kapotgaan.
We letten ook goed op de kleine details, zoals hoogtemperatuurgeleiders en goed afgesloten kabelopeningen. Als de afsluiting niet goed werkt, kan de lamp beschadigen of kan de behuizing gaan roesten. Dat ziet er niet goed uit.
En hier is het compromis: het filteren van het harde licht kost wat meer energie. Je verliest dan ongeveer 5-10% van de oorspronkelijke warmte, vergeleken met industriële lampen die worden gebruikt in magazijnen. Maar in een huishoudelijke badkamer is dit een prijs die we bereid zijn te betalen voor veiligheid.
Een laatste tip: zorg ervoor dat je bedrading geschikt is voor deze apparaten. De verwarmers genereren namelijk een behoorlijke stroomsterkte wanneer ze worden aangezet. Je wilt immers niet in een handdoek staan wanneer de schakelaar uitvalt.